Korte lesactiviteiten voor groep 5/8

Nr: Titel: Beschrijving: Print
1 Zonder woorden

Zonder woorden.
Een opdracht aan de kinderen om te leren beeldtaal te doorzien en begrijpen.
‘Zoek een advertentie op in de krant, knip die uit en plak die op een A4tje. Schrijf de antwoorden op de volgende vragen eronder: Wat is er allemaal op te zien? Kun je ‘m ook begrijpen als je (de taal) niet kunt lezen? Waaraan zie je waar de advertentie over gaat?’
Dan volgt een actieve verwerking van de inzichten: ‘Maak een advertentie die je samenstelt uit onderdelen van andere advertenties of plaatjes en tekst’. Bij de bespreking worden beide resultaten met elkaar vergeleken.

Print
2 Weet wat je draagt?! Etiketten

Shirts hebben twee etiketten. Een in de kraag en een in de zijnaad. Bestudeer eens wat erop staat (mooie combi van vormgeven en wereld oriëntatie).
Vragen: Wat is tekst en wat is beeld? Waar komt het vandaan?
Weet je ook waar dat ongeveer ligt? Waar is het van gemaakt?
Weet je ook waar die stof vandaan komt? Wat mag je er bij het wassen en strijken wel en niet mee doen en waarom?
Waaraan kun je dat zien? Bedenk er nog een leuk teken bij!

Print
3 Wat hangt er thuis aan de muur

Wat hangt er thuis aan de muur.
Vraag aan de kinderen: ‘Wie is er wel eens in een Kunstmuseum geweest en hoe ziet het er daar uit?’. Eigenlijk is het een groot huis met van alles aan de muur. Na een korte beschrijving gaan visualiserend op museumbezoek bij onszelf thuis. De kinderen doen hun ogen dicht en leggen hun hoofd op de armen. ‘je gaat je huis binnen en kijkt goed rond. Als je de beurt krijgt ga je rechtop zitten en vertelt wat er aan de muur hangt. Wij willen graag meekijken dus moet je goed vertellen hoe het eruit ziet. Bespreek de volgende dag met de kinderen wat er klopte en wat niet.

Print
4 TV-kijk-tips

TV-kijk-tips
Iedereen besteed heel wat tijd achter de televisie. En ieder heeft zo z’n eigen voorkeuren. Daar willen kinderen graag over vertellen in de groep. Het is ook leuk anderen te attenderen op leuke en interessante programma’s. Geef de kinderen na zo’n gesprek eens de opdracht om een tv tip voor in de gids te maken (geef een voorbeeld).
Opdracht: Maak met z’n tweeën (met de nieuwe tv-gids) voor de kinderen van een school aan de andere kant van het land een TV-kijk-tip-gids voor de volgende week. Bedenk minstens drie categorieën.

Print
5 Toveren met een muntje!

Toveren met een muntje!
Maak een rubbing van verschillende geldstukken door een A4tje op een muntje te leggen en daarover zacht met een potlood te arceren. De euro is een Europese munt met veel gezichten en bezienswaardigheden. Bespreek ze met de kinderen in de kring.
Voor wereld oriëntatie is het aardig de munten een plek te geven op de kaart van europa. Van hoeveel landen kun je in een week de euro bemachtigen?
Deze opdracht is een leuke aanloop naar het zelf ontwerpen en afgieten van munten.

Print
6 Sportkiek

Sportkiek
Geef een aantal kinderen de opdracht een sportfoto uit de krant te knippen. Leg die op een stuk gekleurd papier en knip de contour van de bewegende figuur uit. Plak de geknipte figuren op een witte ondergrond (A4tje) en hang ze naast elkaar. Bespreek dan de verschillen tussen de figuren; waar is nog duidelijk om welke sport het gaat?
Waar zit de meeste actie in? Welke contour is het eenvoudigst?
Welke vind je het mooist?
Welke zou het goed doen op de vlag van een club, dus om van een afstand te herkennen?
Deze activieit kan een inleiding zijn op het maken van ruimtelijke sportfiguren.(les: Olympiade)

Print
7 Sporen op mijn kleren! Sporen op mijn kleren! Maak in de hoek van de klas met oude lappen op vuilniszakken drie grote stempelkussens door er heldere kleuren ecoline op te gieten. Laat de kinderen (per groepje) met hun schoenzolen afdrukken maken op een groot formaat wit tekenpapier of wit behang. Dan wordt het papier in stukken geknipt. Met de profielmotieven wordt in tweetallen een nieuwe lijn strand/zomerkleding met kleurige motieven ontworpen (shirt en korte broek) Het papier kan ook vervangen worden door stof, bijvoorbeeld oude lakens! Print
8 Soorten en maten.

Soorten en maten.
Nodig; krant, schaar, vel papier en plakstift of lijm.
Een krant of tijdschrift lees je gewoon. Het klinkt misschien raar, maar meestal vergeet je daarbij naar de letters te kijken. Dat is jammer, want ook dat kan heel leuk zijn. Hoeveel soorten en maten letters worden er eigenlijk op een pagina gebruikt? Leg de pagina’s een n aast elkaar en vergelijk de uitkomsten. Wat vind je het mooist, meer of minder verschillen?

Print
9 Schoenenkring!

Schoenenkring!
Bij de volgende activiteit worden kinderen vergelijkenderwijs bewust van variaties in schoenen en overwegen die op aspecten als decoratie en functie: ‘Trek allemaal een schoen uit en zet ze in het midden van de kring bij elkaar’.
Vragen: Welke lijken een beetje op elkaar? Welke juist helemaal niet?
Opdrachtje: Vorm nu groepjes schoenen die familie zijn van elkaar. Probeer nu te benoemen waarin schoenen van elkaar kunnen verschillen.
Verwerkingsopdracht: ‘Teken tot slot je eigen schoen en verander een van de genoemde aspecten’

Print
10 Samen verzamelen

Samen verzamelen.
Een verzameling is altijd het bekijken waard! Vraag de kinderen in de kring wie er iets verzamelt. Of een broer, zus of ouder heeft die iets verzamelt. Stel voor om samen iets te gaan verzamelen. Een voorbeeld in de klas, de drinkbekers/flesjes! Zet ze in het midden van de kring. Bespreek welke op elkaar lijken en welke verschillen ze zien. Geef de kinderen de opdracht er groepjes/familie van te maken.
Samen kun je snel een mooie verzameling aanleggen. Voor de volgende ochtend vraag je de kinderen bijvoorbeeld flessendoppen mee te nemen. Het maken van families is dan weer een leuke activiteit die beeldende, wiskundige, begripsmatige en talige inzichten bij de kinderen ontwikkelen.

Print
11 Ravotten in je nieuwe pak?

Ravotten in je nieuwe pak?
De kinderen, verdeeld in groepjes van 4 krijgen een opdracht;
Maak een collage uit modebladen en postordergidsen voor 3 zeer verschillende situaties, bijvoorbeeld een verjaardagsfeestje, een survivaltocht, een bruiloft of een pyjama party.
Bespreek de resultaten bij de expositie over ‘gepaste kleding’.

Print
12 Mondriaan en de krant

Mondriaan en de krant.
Nodig: krant, velletje tekenpapier, liniaal en potlood.
Neem een pagina van de krant voor je.  Hoe is de pagina eigenlijk ingedeeld? Teken de omtrek van de kolommen en foto’s (lay-out) van een pagina van de krant (globaal) in rechthoeken. Vervang de rechthoeken door gekleurd papier. Wat vind je van de opbouw?
Vergelijk ze eens met de (latere) schilderijen van Mondriaan. Bespreek met elkaar wat je mooi of prettig vind? Hoe staat het als je de pagina omdraait? Hang het resultaat naast de krantenpagina op!

Print
13 Logologie

Logologie
Verzamel (of laat verzamelen) een tiental logo’s uit reclameblaadjes. Leg die in de kring op de grond. Welke herkennen de kinderen? Wat is er eigenlijk te zien? Kun je ze groeperen? Probeer je eens in de ontwerper te verplaatsen, wat heeft hij of zij gedacht bij het maken. Wat is de relatie met de producten? Wat vind je van het ontwerp? Welk vind je het sterkst?

Print
14 Lekker zitten of leuk staan; een dilemma?

Lekker zitten of leuk staan; een dilemma?
Wij vinden kleding tegenwoordig erg belangrijk. Kijk maar eens hoeveel kledingzaken je vindt in een groter winkelcentrum. Een aardig filosofisch gesprek over kleding, functie looks en commercie. Hoe kijken de kinderen daar eigenlijk tegenaan?
Waarom wordt er zo veel kleding gekocht?
Waar dient kleding eigenlijk voor?
Hoe zit dat bij jou?
Wat je nu aan hebt, zit dat lekker en/of staat het leuk?
Wanneer gaat het een voor het ander?

Print
15 Lekker achterop

Lekker achterop.
Draai het lied van Paul van Vliet. De tweede keer luisteren de kinderen met de ogen dicht. Vertel eens wat je voor je ziet. De kinderen schetsen hun visualisaties. Vertel nu dat hen gevraagd is voor deze cd een hoesje te ontwerpen. Laat je op passend (cd hoes) formaat met potlood een lichte tekening maken waarin ook de titel voorkomt. Met pen of fineliner wordt het gedetailleerd ingetekend. Natuurlijk neemt elk kind een leeg cd doosje mee om zijn eigen ontwerp te kunnen exposeren.

Print
16 Leen me je ogen!

Leen me je ogen!
Neem 3 plaatjes (ansichtkaarten) van dieren in je hand. Een kind komt naast je zitten en krijgt een kaart. De rest moet er met vragen aan dit kind achter komen hoe het eruit ziet en welk dier afgebeeld staat. Na een aantal antwoorden worden de kaarten geschud en getoond. De vraag luidt:’Welk plaatje had dit kind?’ Oefen even in welk soort vragen je moet stellen. Het gaat vooral op vragen die visuele aspecten van het dier beschrijven; welke kleur, wat voor velletje, wat voor oren of staart, poten etc. begin met duidelijk. verschillende dieren. Oudere en geoefende kinderen kunnen wellicht kleine verschillen tussen afbeeldingen op het spoor komen.
Alternatief met taal. Alle antwoorden worden genoteerd. Op basis daarvan raden de kinderen om welk van de drie afbeeldingen het ging.

Print
17 Laat je niet inpakken

Laat je niet inpakken.
Laat de kinderen drie verpakkingen met elkaar vergelijken? Wat vertelt de buitenkant over het product. Wat zegt het plaatje, wat zegt de tekst? Wat zeggen de kleuren? En hoe zit het met de inhoud? Wat is noodzakelijk, wat overbodig? Wat is functioneel, wat is luxe of gewoon mooi? En hoe zit het met de milieuvriendelijkheid? Waarvoor zou je de verpakking nog kunnen gebruiken? Welk advies heb je voor de fabriek als ze een nieuwe verpakking ontwerpen?

Print
18 Kun je daarop fietsen?

Kun je daarop fietsen?
Een fiets is geen fiets als je er niet op kunt fietsen. Een alledaags vervoermiddel. We zien het maar toch ook weer niet. Wat is het verschil tussen herkennen, zien, en begrijpen. Een prachtige test voor de kinderen:
Stap 1: Maak, zo goed als je kunt, uit je hoofd een tekening van een fiets met een kleurpotlood in de kleur naar je keuze.
Stap 2: Zet dan een fiets in de klas.: ‘verbeter’ je tekening met een andere kleur.
Stap 3: leg de resultaten naast elkaar. Wie heeft de minste verbeteringen en wie de meeste; een rij oplossingen voor het raadsel fiets. Wat is de conclusie?

Print
19 Kleurenraadsel

Kleurenraadsel
Op de verfafdeling bij grote bouwmarkten vind je reeksen kleurmonstertjes. Verzamel een tiental kaartjes waarvan een paar dubbel. Van die dubbele kaartjes worden de kleuren losgeknipt.
De kinderen spelen het spel;
De losgeknipte strookjes liggen gemixt op ca. 50 cm van de reeksjes. Een kind dat de beurt krijgt pakt een strookje, kijkt er goed naar en probeert het thuis te brengen in een rijtje van de monsterkaartjes: ‘wijs nu op de kaartjes aan waar de gekozen kleur thuishoort, zonder het erbij te houden.’  Daarna wordt het strookje ertegenaan gelegd op te kijken of het klopt. Een match is een punt.

Print
20 Kijken met je ogen dicht

Kijken met je ogen dicht.
Een leuke visualisatieoefening. Vraag kinderen het volgende: ‘Doe je ogen dicht en stel je de weg voor naar je huis. Waar kom je langs, wat is er te zien, waarvan is de weg gemaakt, waar steek je over? Maak nu iemand, die je taal niet spreekt, met een tekening de weg van school naar je huis duidelijk. (combinatie met aardrijkskunde)

Print
21 Kamele…eh…slang, Kameleslang!

Kamele…eh…slang, Kameleslang!
Bespreek met de kinderen de kameleon, het fantastische dier dat de kleur van zijn omgeving aanneemt. Laat de kinderen samen een enorme Kameleslang maken, dat bijna de kleur van de achtergrond heeft.
Ieder krijgt een A4tje dat een onderdeel van de slang gaat uitmaken. Om na afloop aan elkaar te passen moet je vooraf bepalen wie je buren zijn. Laat ze met de buren afspreken waar de slang op het A4tje begint en eindigt door het plaatsen van twee streepjes. Verder mag de slang elke kronkel aannemen.
Neem een (gekleurd) tijdschrift en scheur er een paar pagina’s met foto’s uit. Scheur die in stukjes van ca. 2x2cm. Maak een kleurenslang door steeds een stukje gekleurd papier op te plakken maar langzaam van kleur te veranderen…en de achtergrond dus ook!

Print
22 In de sporen van E.T.

In de sporen van E.T.
Vertel iets over buitenaards leven. Zou dat bestaan. Volgens Steven Spielberg wel, getuige zijn prachtige film E.T. ! voor de kinderen de volgende activiteit:
Buiten lopen tal van beestjes rond die stuk voor stuk van een andere planeet zouden kunnen komen.. Neem er een paar mee naar binnen en zet ze onder een glazen potje op een wit velletje papier. Laat de kinderen er ook met de loep naar kijken.
Maak er een overdreven tekeningetje (karikatuur) van. Schrijf een kort berichtje in de krant over de ontdekking van nieuw leven op een verre planeet.

Print
23 Herfstdekbedovertrek

Herfstdekbedovertrek
In de herfst genieten vele dieren van de warmte onder het dek van gevallen bladeren. Van dat beeld kunnen we als mens ook genieten door het maken van een herfstdekbedovertrek. Leg aan de hand van een voorbeeld (behang, gordijn, dekbed etc) kort het principe van een patroon uit (herhaling van vast deel) .
Opdracht:
Verzamel 5 verschillende bladeren. Plak ze op een ondergrond. Maak dan met de zijkant van een oliepastelkrijtje minstens 5 rubbings. Knip ze uit en maak op een A3 vel een ontwerp voor een eigen ‘herfst-dekbed-overtrek’

Print
24 Handtekening

Handtekening
Wat doe je als je een filmster tegenkomt, of een topvoetballer…? Je vraagt een handtekening!
Wat doe je als je een ster bent? Je deelt handtekeningen uit? Maar hoe krijg je er een? Hoe worden de meeste handtekeningen gemaakt? Meestal in nood als je plots wordt gevraagd iets te ondertekenen. En voor je het weet zit je je leven lang vast aan een suffe handtekening! Die moet je ontwerpen!!!! Wat is er eigenlijk aan een handtekeninig te ontdekken?Wat zijn mooie, indrukwekkende handtekeningen?
Laat de kinderen er een paar verzamelen en vergelijken. Wat spreekt aan, wat zijn verschillen? Ontwerp er deze week minstens 10 en vergelijk ze in groepjes met elkaar. Welke vind je zelf het beste, welke de anderen?

Print
25 Foto van de week

Foto van de week.
In de loop van de week nemen kinderen een foto mee uit de krant. De foto’s worden netjes uitgeknipt, op een witte ondergrond geplakt en op het prikbord tentoongesteld. Op vrijdag worden de foto’s genummerd en krijgen de tafelgroepjes de opdracht de foto van de week te kiezen. Er zijn twee spelregels. 1. je moet goed kunnen uitleggen waarom het die foto is geworden.(de criteria worden genoteerd) 2. het mag niet je eigen foto zijn.
Drie weken later wordt dit herhaald op basis van de zelf benoemde criteria.

Print
26 Film-kijk-les

Film-kijk-les
De film is een cultuurproduct bij uitstek. Toch wordt er op de basisschool maar weinig film-kijk-les gegeven. Daar gaan we nu iets aan doen:
Neem een voor de kinderen aantrekkelijk stukje video/dvd van ca. 10 minuten. Laat de kinderen om beurten in stukjes vertellen wat ze gezien hebben en vraag met de andere kinderen door op details. Speel het fragment dan op nieuw af met pauzes na elke minuut. Ga met de kinderen na wat er klopte van de beschrijving die de kinderen gaven.
Wat viel ze op in tweede of derde instantie.

Print
27 En nu anders

En nu anders.
Kinderen in deze groepen kunnen plaatjes bewonderen en houden er vaak van ze te kopieren. Maar het is aardig ze hand te geven in de aanpassing van het origineel.
Laat ze een kopie maken van een zo’n opdruk van een eigen shirt of pet. Opdracht: breng in de kopie met stiften, schaar en plakstift minstens 3 veranderingen aan. Presenteer je ontwerp in de groep. Wat voor effect wilde je bereiken? Wat vind je van het resultaat?

Print
28 Elke muur heeft zijn eigen textuur

Elke muur heeft zijn eigen textuur.
Na een kort gesprekje over het oppervlak van muren en vloeren krijgen de kinderen een opdracht. Gewapend met een krijtje en een paar velletjes kopieerpapier gaat een groepje kinderen op texturenjacht. Ze zoeken oppervlakken in de school leggen daarop een vel papier en drukken die arcerend af met het krijtje (rubbing). De afdrukken worden genummerd. Op een apart, geheim papier, schrijven ze op welk oppervlak bij welk nummer hoort. Een tweede groepje krijgt de rubbings mee voor een speurtocht. Waar is het oppervlak van welk nummer in de school te vinden? Een derde groep controleert het resultaat door achter elk woord een eigen rubbing te produceren (in een andere kleur)
Bij terugkomst checken ze samen de resultaten.

Print
29 Een stad bouw je samen

Een stad bouw je samen.
Deze activiteit is mooi te combineren met aardrijkskunde en geschiedenis wanner het gaat over het ontstaan van steden.
Ga met een of meer blokkendozen in de kring zitten. Elk kind krijgt ten minste 5 blokken. Begin de activiteit bijvoorbeeld als volgt;
’We kijken naar een prachtige stad. In het midden is van de stad is een plein waar je heerlijk kunt zitten en spelen’. De eerste leerling krijgt de beurt en zet het eerste gebouw aan het plein. De vraag is nu wat er in dat gebouw te doen is. Dat volgt nummer twee die aansluit bij nummer een. Als het plein rond is moet daarachter iets gaan ontstaan. Welke wegen lopen naar het plein? Waar wonen mensen? Hoe lopen de straten? Een leuk interactief spel waarin de leerlingen degene die de blokken zet mogen bevragen. Zo komen ze achter overwegingen rond bouw en ruimtelijke ordening waar stedenbouwers mee te maken krijgen.
Het eindresultaat kun je laten fotograferen en/of tekenen.

Print
30 Een kapsel uit de oude doos

Een kapsel uit de oude doos.
Bespreek met de kinderen het verschijnsel haarmode of coiffure aan de hand van een paar opmerkelijke foto’s, bijvoorbeeld van vroege Beatles, Stray Cats of Punk (google afbeeldingen).
Opdracht; Maak met potlood of pen en inkt een tekening van je eigen kapsel(wens). Gebruik als basis een simpel profiel (bijvoorbeeld zoals op een munt) of een kopie van een schoolfoto (hilarisch). Laat duidelijk zien waar het gaat om lang/kort, krullen/stijl, kleuren, kruinen, richting, scheiding. Bespreek ze resultaten na afloop. Kun je het zo kammen met of zonder gel of föhn?

Print
31 Een goede foto, een sterk verhaal.

Een goede foto, een sterk verhaal.
Vergelijk twee sportfoto’s met elkaar. Wat vertellen de foto’s zelf? Wat moet je eigenlijk weten om ze te kunnen begrijpen? Welke vind je het spannendst?

Print
32 Een eerste in druk

Een eerste in druk.
Een aardige kijkopdracht voor in de kring.
Tegenwoordig hebben veel shirts een opdruk. Dat noemen we ook wel een print. Laten we daar eens naar kijken. Zoek een antwoord op de volgende vragen:
Wat zie je allemaal op die opdruk? Wat is plaatje en wat woord of woorden? Wat betekent de tekst?
Wat betekent het plaatje? Past dat bij elkaar? Waarom zou men dat erop gedrukt hebben?
Vind je het zelf mooi? Als je er iets aan zou mogen veranderen, wat zou dat zijn?

Print
33 Bouwmeester in stoffen

Bouwmeester in stoffen.
Het maken van mode en naaien van kleren wordt vaak gezien als iets van een juf achter een naaimachine. Dat het eigenlijk om bouwkunst gaat wordt duidelijk als je de constructie van kleding probeert te achterhalen. Een leuke combi van rekenen en vormgeven!
Vraag aan de kinderen: Wat zijn naderen en zomen? Hoeveel naden tel je in je broek en je shirt?
Kun je ook soorten herkennen? Welke vind je belangrijk, welke overbodig?
Meet ze eens en tel de lengte op. Hoeveel meter naden en zomen?
Aan welke broek is het meest en het minst genaaid? Uit hoeveel delen bestaan deze kledingstukken?
Wie zou ‘m in elkaar hebben gezet?
(mogelijk uitbreiding naar wereld oriëntatie en productieateliers in derde wereld landen)

Print
34 Anders dan de ander en toch hetzelfde.

Anders dan de ander en toch hetzelfde.
In de kring kijken we naar hoe we er eigenlijk uitzien. Ga eerst in op respect voor verschillen en het aantrekkelijke daarvan (stel je voor dat we allemaal hetzelfde waren….jakkes)
Vaak nemen we genoegen met een algemene indruk. Nu gaan we eens oefenen in heel gedetailleerd kijken en beschrijven! Vorm drietallen, dan kan de een altijd twee anderen met elkaar vergelijken.
We hebben allemaal een neus, mond en ogen. Maar wat is daar allemaal aan te ontdekken? En hoe verschilt dat van persoon tot persoon? Bijvoorbeeld het oog; wat is je oog, oogbol, iris, pupil, ooglid, wimper. Waarin zie je verschillen? De kleur van de iris natuurlijk. Welke kleuren zie je allemaal als je goed kijkt? En verder: Haren: lang/kort, krullen/stijl, kleuren, kruinen, richting, scheiding.
Wenkbrauwen; vorm. Neus: neuswortel, puntje en neusvleugels. Mond: vorm van lippen en mondhoeken. Oren; lelletje, binnenvormen, hard/zacht.
Natuurlijk is het leuk om dat te kijken of je dat wat je moeilijk kunt beschrijven ook kunt tekenen.
Deze activiteit kan een voorbereiding zijn op het maken van maskers. Zie voor werkwijze bevokaarten: Maskers van papier-mache.

Print

Andere groepen: Groep 1/2 | Groep 3/4 | Groep 5/6 | Groep 7/8 | Selecties


Disclaimer

Disclaimer

Zoeken:


Real Time Web Analytics