Blog


Crea Bea?

“Ben jij creatief?”
Menigeen zal die vraag niet meteen positief beantwoorden. Toch heeft creativiteitsontwikkeling al sinds de jaren ’70 een plaats tussen de doelen van modern basisonderwijs. Maar wie weet zich momenten uit de eigen basisschoolperiode te herinneren waarin aanspraak werd gedaan op creativiteit? Dan bedoelen we natuurlijk niet de momenten waarop de leraar je toesnauwde dat je je fantasie maar eens moest gebruiken. Welke hedendaagse leerkracht neemt creativiteit als serieus aandachtspunt op in zijn weekplan?

Is dat belangrijk dan?
De ontwikkeling van het creatieve vermogen van kinderen is weer volop in de belangstelling. We leiden kinderen namelijk op voor de toekomst. Een toekomst die razendsnel verandert. Kinderen van de toekomst zijn gediend bij een flexibele attitude en het vermogen om makkelijk oplossingen te kunnen bedenken in nieuwe leefomstandigheden. En daarnaast zijn er steeds meer beroepen die bestaan bij de gratie van creativiteit. Denk aan beroepen rond kunsten, game en interface designer, architect, grafisch-, event-, systeem- of modeontwerper, kapper, kok, etc. Dan hebben we het alleen nog maar over het maatschappelijk perspectief. Ook in sociaal opzicht blijkt een creatieve persoonlijkheid of attitude een aantrekkelijk streven.

Wat is creativiteit?
Daarvoor zijn veel definities mogelijk. Het woordenboek geeft als eerste korte omschrijving ‘scheppingskracht’. In andere omschrijvingen worden genoemd: originaliteit, meer oplossingen op één probleem kunnen bedenken, vernieuwend zijn, van gezichtspunt kunnen veranderen, divergent en out-of-the-box kunnen denken.
Hoe leren kinderen dat in (jouw) onderwijs?
Natuurlijk allereerst, net als taal en rekenen: door het af en toe te doen. Per week zou je als leerkracht een paar creatieve momenten in je programma kunnen plannen. Je hoeft daarvoor geen tijd vrij te maken. Het rooster is tenslotte al overladen. Nee, het gaat erom even een andere bril op te zetten. Elk kring- of leergesprek leent zich ertoe, elke introductie van een nieuwe activiteit.

Wat te doen?
Het is de bedoeling dat kinderen de mogelijkheid krijgen ideeën te produceren. Dat betekent dat je als leraar ‘andere’ vragen bedenkt. Vragen waarop meerdere antwoorden wenselijk zijn. Je verplicht kinderen daarmee divergent (uitwaaierend) te denken.
Bijvoorbeeld:
• Bij het voorlezen van een verhaal. Je stopt en laat kinderen bedenken hoe het verder zou kunnen gaan. Laat ze minstens 3 voorbeelden benoemen.
• Bespreken van het nieuws en gebeurtenissen in de klas. Toon een krantenfoto van een gebeurtenis. Laat de kinderen bedenken wat er gebeurd kan zijn. Wie zijn er te zien? Wat voor personen zouden het zijn? Laat ze er maar eens op los fantaseren.
• Tijdens de geschiedenisles kun je de kinderen laten bedenken wat er zou zijn gebeurd als bepaalde gebeurtenissen niet hadden plaatsgevonden. Of ingaan op hoe mensen voorzagen in hun dagelijkse behoefte. Hoe zou jij dat doen als je toen leefde (denkend vanuit de oplossingen van de huidige tijd). Snel communiceren, naar het toilet gaan, douchen etc.
• En vakken als drama en beeldend onderwijs vallen of staan bij de gratie van VARIATIE. Leer ze meerdere antwoorden geven op de vraag hoe het ook anders zou kunnen en Laat maar Zien!

Maak ook ECHT ruimte voor de kwaliteit van de antwoorden. Dat wil zeggen dat je kinderen de tijd geeft om antwoorden te geven (minimaal 2) en op elk van die antwoorden serieus feedback geeft. Omdat kinderen gewend zijn gauw wat te roepen (associatief), kun je afspreken dat ze de antwoorden eerst even opschrijven. Dat maakt ook dat iedereen meedoet. Bij alle antwoorden of activiteiten gaat het er steeds om ’hoe het nog meer/anders zou kunnen?’ Elk antwoord is toegestaan, ook het gezochte en hilarische!

Daarom dus!
Terugkomend op het doel van creativiteit in het onderwijs. Het maatschappelijk nut is er voor een (beperkte) relevante groep. Maar hoe aantrekkelijk is het daarnaast om een creatieve attitude te kunnen aanwenden; niet voor één gat te vangen zijn, steeds weer iets nieuws kunnen bedenken, altijd weer oplossingen bij problemen kunnen zien, sleur voorkomen, ook voor je omgeving. En bovenal een goed ontwikkeld relativeringsvermogen en humor!-)

Jos van Onna zal op 25 januari, op de COT in Ede, een lezing houden over creativiteit en beeldend onderwijs.
Lees hierover meer op de nieuwspagina.

15-01 om 10:53

‘Gun ze een stok achter de deur’

Over noodzaak en effect van een stok achter de deur bij de ontwikkeling van een curriculum en een leefklimaat rond cultuur(vakken) op de basisschool.

Onze culturele overleveringen zouden heel wat kariger zijn geweest, als de makers van kunst- en cultuurproducten geen ‘stok achter de deur’ zouden hebben gehad. Sappig zijn de verhalen over de relatie van kunstenaars met opdrachtgevers (uitgever, galeriehouder, mecenas etc.) bij het tot stand komen van hun werk. Ook is van veel kunstenaars bekend dat ze zonder de druk van een deadline slechts met een fractie van het aantal werken zouden hebben bijgedragen aan ons culturele erfgoed.

Hier tekent zich een treffende gelijkenis af met het op gang komen van kunstzinnige en culturele activiteiten binnen de muren van de basisschool. Of beter gezegd, met het uitblijven daarvan.
Natuurlijk is er, sinds het verschijnen van het rapport ‘Hart(d) voor cultuur’, altijd wel een school te vinden geweest die als gevolg van een tijdelijke opleving, kon dienen als goed voorbeeld. Dat werd dan uitgemeten in een full color uitgave, dat gratis op de koffietafel op basisscholen belandde. Maar eerder tot frustratie dan inspiratie leidde. Helaas zijn scholen waar, behalve de jaarlijkse uitstapjes, helemaal niets blijvends in het curriculum terecht is gekomen eerder regel dan uitzondering. Alle inspanningen van de interne cultuurcoördinator (ICC-er) ten spijt.

Zijn er mogelijkheden om hierin verandering te brengen?
‘Moet toch kunnen’, zou je zeggen. Voor de taal- en rekenontwikkeling van kinderen komt men wél tot goede afspraken, al was het maar over het gebruik van een lesmethode. De overheid helpt daarbij een handje middels de inspectie. Dit onder het aloude communistische motto: ‘Vertouwen is goed, controle is beter!’(J. Stalin).
In de nieuwe beleidsnota van het huidige kabinet, wordt ook de inspectie op cultuureducatief aanbod aangekondigd (compensatie voor bezuinigingen?). Maar is dit het soort controle waar men op de basisschool op zit te wachten? Over het algemeen wordt dat niet als een fijne ‘stok achter de deur’ ervaren. Het leidt weer makkelijk tot een schijnvertoning.

Tijd dus om met elkaar op zoek te gaan naar een vriendelijkere en productievere versie van die ‘stok achter de deur’.
Als je onder vrienden iemand ergens aan wilt houden, maak je een afspraak en/of sluit je een weddenschap af, een moment waarop ‘de state of the arts’ wordt bepaald. Op het afgesproken moment constateer je dan samen met tevredenheid dat de verwachting is gerealiseerd, dan wel dat het pay time is. In beide gevallen is er sprake van een consequente evaluatie van prestaties, noodzakelijk voor curriculumontwikkeling. De vraag is nu dus, hoe we die stok op een basisschool van een vriendelijk jasje kunnen voorzien.

Een paar concrete tips op een rij:

o Cultuurkompas als terugkerend Ganzenbord; begin met het in kaart brengen van bestaande activiteiten en mogelijkheden die voor het grijpen liggen. Gebruik het cultuurkompas van de SLO voor een jaarlijkse evaluatie. Dit Cultuurkompas is een zeer bruikbaar instrument waar in het verleden onvoldoende gebruik van is gemaakt.
Ga naar Cultuurcompas

o Committeer je met collega’s aan de afspraken die je maakt (binnen het team, bouwoverleg of andere organisatie). Doe dat niet louter om die afspraak in te willigen. Nee, het gaat vooral om het leveren van een bijdrage aan het culturele curriculum en een ‘wellevend’ schoolklimaat.

o Werk (ook) productgericht en doe iets met die producten! Denk daarbij eerst klein vanuit de verschillende vakdisciplines:
• Beeldend: Organiseer een expositie van het beeldende werk van de kinderen in je klas. Stel daarbij een kleine catalogus samen waarbij de kinderen zelf een kort stukje tekst aanleveren bij hun werk. Een alternatief is natuurlijk een digitale expositie. Kinderen kunnen in andere klassen hun digitale Beeldend Ontwikkel Portfolio (B.O.P.) presenteren
• Literair-poëtisch: Geef een ‘Klasse bundel’ uit met verhaaltjes en gedichtjes van de kinderen. Met een beetje aandacht voor de vormgeving is dit een product dat zeker bij ouders in de smaak zal vallen, zodat de kinderen ook in huiselijke omgeving kunnen voordragen uit eigen werk.
• Spel, dans en drama: Laat ze vanuit spel/dans/drama impressies op video zetten en presenteren in (een) andere klas(sen). Samen kijken is een belangrijke impuls voor leren op dit gebied.
Ga naar Dramaland
• Muziek: Realiseer een uitvoering waarbij de kinderen in groepjes een stukje muziek ten gehore brengen. Als opstapje kan ervoor gekozen worden het een en ander eerst te doen als videopresentatie. Dat verhoogt de kwaliteit en bouwt reflectieve momenten in.

o Reflectie: Maak werk van reflectieve momenten na een productieve periode. Reflectie is een kernbegrip binnen cultuureducatie. Zie ‘Cultuur in de Spiegel’ van Barend van Heusden: Cultuur in de Spiegel

. Door kinderen meer te laten doen met de resultaten van hun werk, wordt op een krachtige wijze de reflectie op gang gebracht. Dat kost geen waardevolle onderwijstijd. Het maakt onderwijstijd juist waardevol, zowel vanuit het perspectief van de ontwikkeling van de persoonlijkheid als die van het gesproken woord.

Menig leerkracht zal positief staan tegenover het hierboven geschetste, maar verzucht daar geen tijd voor te hebben. Ook hier geldt weer dat tijdsgebrek nooit het ultieme antwoord kan zijn op het in gebreke blijven op dit terrein (kerndoelen).
Omdat de genoemde activiteiten concreet zijn, is het inschakelen van enthousiaste ouders één van de mogelijkheden om ze te kunnen realiseren. Verder is het belangrijk dat je klein begint. Zo zou je per toerbeurt voor één van de mogelijkheden kunnen kiezen, als ‘stok achter de deur’.
Op veel scholen klinkt rond de feestdagen steeds weer de vraag: Wat zullen we dit jaar doen?
Bij bovenstaande aanpak is dat nooit meer een prangende vraag en rest alleen de verdeling van de evenementen over de data van het schooljaar. Hierin kan de ICC-er voorzien!

Maak controle en evaluatie tot een ludiek maar serieus terugkerend onderdeel van de ontwikkeling van een curriculum cultuureducatie en cultureel schoolklimaat. En bedenk (vooral rond de feestdagen): de kinderen doe je een groot plezier met deze stok achter de deur!

18-10 om 19:15

‘ Wat heb ik nou aan algebra……’

Die vraag stelt een jonge dame (Loeki Knol) zichzelf in een liedje uit de jaren ‘ 70, wanneer ze moet kiezen uit twee mogelijke partners met even blauwe ogen.
Het woord algebra roept daarbij direct associaties op met schoolvakken. Interessant aan deze vraag is dat de juffrouw in deze crisissituatie raad zoekt bij dat wat ze op school geleerd heeft. Ze constateert dat wiskunde haar in deze kwestie niet verder helpt.
Maar welk schoolvak doet dat dan wel? Welke schoolvak leert je kiezen? En wat leert kiezen je?
Kiezen is de kern van beeldend onderwijs. Het maakproces van een beeldend werkstuk kun je zien als een ontdekkingstocht waarbij je om de haverklap vertakkingen in de weg tegenkomt. De verschillen tussen kinderen worden zichtbaar in hun eindproduct. Ze zijn het gevolg van een enorme reeks van bewuste en onbewuste keuzes.
Wat leer je van het kiezen? Twee dingen!
Je leert wat het gevolg is van keuzes, het effect in je werkstuk. Maar nog belangrijker is dat je ontdekt wie je zelf bent. Jij kiest iets anders dan je buurvrouw of degene tegenover je.  Je keuzes onderscheiden je van de ander, ze markeren je identiteit. Ze geven een beeld van je smaak, je voorkeuren, je opvattingen en uiteindelijk jouw kijk op mens en wereld. Daaruit blijkt ook hoezeer beeldend onderwijs een belichaming is van cultuureducatie.
De hamvraag is nu natuurlijk of die juffrouw haar keuze had kunnen maken als ze goed beelden onderwijs had genoten op de basisschool.

P.S. Voor diegenen die het lied niet kennen bekijk het op Youtube

25-08 om 12:32

Canon beeldend onderwijs

Het begrip ‘canon’ beheerste enige tijd geleden onderwijs Nederland in het kader van de vaderlandse geschiedenis. Ook buiten het vak geschiedenis legt de canongedachte de leerkracht de interessante vraag voor: ‘Wat wil ik deze kinderen in ieder geval meegeven in hun prille jeugd?’ Van een leerkracht verwacht je wel degelijk ideeën over een concrete invulling van een canon voor onderwijs. De huidige kerndoelen geven die nauwelijks.

Hoe zit dat bij beeldend onderwijs?
Waarmee zou elk kind moeten hebben kennisgemaakt op de basisschool?
Aan welke materialen en vaardigheden zou je denken?
Verf, klei, hout, wol, of werken met camera en computer?
Welke kennis van beeldaspecten zou je mogen verwachten?
Menging van kleuren, licht en donker, verschillen in vormkarakter, constructieve toepassingen of dieptewerking in een afbeelding?
Hoe kijk je aan tegen betekenisgeving door beelden?
We weten dat beelden kunnen boeien. Is er wel ruimte voor kinderen het daarover te hebben? Welke voorkeuren maken jou tot wie jij bent, hen tot wie ze zijn? Over welke kunstenaars vind je dat ze, naast Rembrandt en van Gogh, gehoord moeten hebben en op welk niveau? Kortom, heel wat vragen waarop je als onderwijzer antwoord kunt geven.

Kun jij samen met je collega’s op school achter één zo’n lijstje gaan staan?
TIP: kijk voor een opzet op http://www.laatmaarzien.com onder ‘leerlijnen’ !

23-04 om 11:33




Disclaimer

Disclaimer

Zoeken:


Real Time Web Analytics