Vragen
Vragen over de didactiek:
| Vraag: |
Wat zijn korte lesactiviteiten?
Korte lesactiviteiten zijn activiteiten die je zonder enige vorm van voorbereiding in de klas kan uitvoeren. Het zijn korte snelle activiteiten gericht op het gezamelijk kijken met kinderen. Er zijn zowel voor het jonge kind (groep 1 t/m 4) als voor het oude kind (groep 4 t/m 8), 40 activiteiten beschikbaar. Elke schoolweek wordt een nieuwe bevoflitstip aangeboden. Bekijk de overzichten van de Bevoflitsactiviteiten: groep 1/4 of groep 5/8
De aangeboden flitsen zijn alleen toegankelijk voor abonnementhouders.
Wat zijn halffabrikaten?
Halffabrikaten zijn beeldende demonstratie modelletjes. Deze modellen tonen verschillende mogelijkheden van technieken voor ruimtelijke beeldende vormingsopdrachten. Ze tonen aan dat er op diverse manieren gewerkt kan worden en dat er veel combinaties te maken zijn. Met deze halffabrikaten informeer je de kinderen over de mogelijkheden van materialen en technieken. Eveneens help je de kinderen op weg om meer en beter grip te krijgen op het gebruik en de toepassingen ervan. Daarmee stimuleer je ze om andere toepassingen en combinaties zelf te ontdekken en te gebruiken. Ten onrechte veronderstellen veel leerkrachten dat de kinderen de mogelijkheden van deze materialen zelf wel ontdekken of al kennen. De kinderen kunnen met die kennis en inzicht zelf verder onderzoeken en eigen effecten creëren.
Het veelvuldig en herhaald tonen van deze onderdelen vergroot de keuze mogelijkheden van de kinderen tijdens het beeldend werken.
> Ter bestudering “Laat maar zien”, hoofdstuk 3 en 4.3.
Wat zijn effect-, techniek- of verleidingsvellen?
Effectvellen (ook wel ‘techniek-’ of ‘verleidingsvellen’ genoemd) zijn meerdere bladen tekenpapier waarop met een teken of schildermateriaal ‘vlekken’ zijn gemaakt of procesfasen worden getoond. De ‘vlekken’ laten verschillende teken- of schildereffecten en mogelijkheden zien. De procesfasen tonen de verschillende noodzakelijke techniek stappen die je maakt tijdens de uitvoering (werkproces).
Tijdens een les beeldende vorming leg je altijd uit met welke materialen er gewerkt gaat worden. Veelal wordt vergeten hierbij een duidelijke instructie te geven over hoe er met deze materialen gewerkt zou kunnen worden. Ten onrechte veronderstellen veel leerkrachten dat de kinderen de mogelijkheden van deze materialen zelf wel ontdekken of al kennen. Met de effectvellen help je de kinderen op weg om meer en beter grip te krijgen op het gebruik en de toepassingen van de materialen. De kinderen kunnen met die kennis en inzicht zelf verder onderzoeken en eigen effecten creëren. Het veelvuldig en herhaald tonen van deze onderdelen vergroot de keuzemogelijkheden van de kinderen tijdens het beeldend werken.
Ter bestudering “Laat maar zien”, hoofdstuk 3 en 4.3.
Wat zijn ‘werkjes’?
‘Werkjes’ zijn, in Bevo jargon, foute werkstukken. Ze zijn voorgekauwd en zien er allemaal hetzelfde uit. Een belangrijk doel van een beeldende activiteit is juist variatie. De leraar nodigt het kind dus uit te variëren op vorm en technieken binnen de grenzen van het thema en de daarbij opgestelde doelen. Vergelijk onderstaande foto’s.

Op de eerste foto zie je een ‘leuke gezellige’ tafel. Boven de tafel hangen allemaal ‘werkjes’ van kleuters. Er is, net zoals in de tweede foto, in de werkstukken geen variatie te zien. Alle ‘werkjes’ lijken op elkaar. De bloemen zijn met een strak vooropgezet plan uitgevoerd. Zou Marietje haar werkstuk straks nog kunnen herkennen? En welk werkstuk is van Jim?

Op de derde foto zie je veel verschillende bloemen die tijdens een beeldende vormingsles door kleuters zijn gemaakt. Het thema was: In de bloemetjes zetten… De bloemen verschillen veel van elkaar. De kinderen hebben de ruimte gehad om te variëren met kleur, vorm en techniek zodat zij hun eigen bloem konden maken.
Wat is een les - procesfase?
De les in fasen is een beschrijving van de gehele les. Het beschrijft het proces zoals je de les wilt laten verlopen. Een les bestaat uit verschillende momenten. Je vertelt iets, je legt iets uit, je doet iets voor, je vraagt kinderen te reageren, je geeft de kinderen een opdracht en de tijd om dat uit te voeren, je begeleidt, en je sluit de activiteiten af met nabespreken en of nabeschouwen. Deze onderdelen noemen we fases. Je hebt duidelijke doelen en die wil jij in de les realiseren. In een lesfase, ook wel procesfase genoemd, wordt beschreven HOE de leerstof overgebracht kan worden op de kinderen. Eveneens vertelt het in welke stapjes en in welke organisatievorm je dat kan doen.
> Ter bestudering: “ Laat maar zien”, hoofdstuk 4, 5 en 6.
Wat is een beeldende probleemstelling?
Het maken van een beeldend werkstuk wordt ook wel een ‘probleem-oplossend-proces’ genoemd. Dat betekent dat de opdracht moet bestaan uit een beeldende probleemstelling. De kinderen krijgen te horen ‘wat’ ze moeten doen maar ze horen slechts gedeeltelijk ‘hoe’ ze het moeten doen.
De beeldende probleemstelling kan opgelost worden door gebruik te maken van de informatie die door de leerkracht aan het begin van de les wordt gegeven. De informatie gaat over de mogelijkheden op het gebied van betekenis, beeldaspecten, materialen en technieken. De opdracht geeft duidelijk aan dat er gezocht moet worden naar eigen oplossingen voor dit probleem.
Als voorbeeld de formulering van een opdracht voor groep 3:
‘Speelbomen’* Teken, schilder, stempel bomen die duidelijk van elkaar verschillen in kleur, textuur, en vorm* door gebruik te maken van je kwast of tamponneer- en stempelvormen*. Laat door vorm en kleur zien wat je in of met de bomen kan doen*: klimmen, slingeren, schuilen, springen, glijden, slapen enz
* dit zijn keuzemomenten voor de kinderen rond betekenis, vorm, materiaal en werkwijze, waarvan de mogelijkheden aan het begin van de les worden toegelicht. Deze punten worden ook gebruikt voor de nabeschouwing en de evaluatie van de werkstukken.
> Ter bestudering: paragraaf 4.3.2. uit ‘Laat maar zien’.
Wat is een basisplan?
Een basisplan is de beschrijving van de vakgerichte doelen van de les. Als je les geeft, wil je de kinderen het een en ander leren. Voorafgaand aan de les zal je bedenken wat de kinderen zullen gaan kunnen en/of begrijpen. Je weet daar je lesaanbod, inhoud en activiteiten op af te stemmen.
Een les beeldende vorming heeft diverse leerdoelen. We maken een duidelijk onderscheid tussen de betekenis, beeldende- en de materiaaltechnische doelen. Deze leerinhouden staan in een basisplan. Dit basisplan helpt je bij het bedenken van de orientatie- en de begeleidingsfase van de les. Het geeft ook houvast om aan het eind van de les de werkstukken te bespreken en te beoordelen. Je beoordeelt dan in welke mate de kdn de lesdoelen hebben bereikt.
> Ter bestudering “Laat maar zien”, hoofdstuk 3.
Zie ook: Beoordelen van beeldend werk
Hoe past beeldende vorming binnen het Kaleidoscoopmodel?
Het model Kaleidoscoop is een relatief nieuw onderwijsmodel dat zich vooral richt op de ontwikkeling van peuters en kleuters. Bij groep 1 en 2 wordt gebruikgemaakt van een eigen onderwijsmodel en dagschema’s. In dit model en de schema’s is er ruimte voor ‘speelleren in de kleine groep’ en ‘speelleren in de grote groep’. De activiteiten beeldende vorming kunnen prima in deze twee momenten worden ingepast omdat een aanbod gestuurd karakter hebben.
In beeldende vormingslessen wordt altijd een onderwerp en een activiteit gekozen. Daarbij worden diverse materialen aangereikt. Door middel van (tussentijdse) instructie en informatie worden mogelijkheden ervan aangereikt die de kinderen zouden kunnen gebruiken en toepassen om de activiteit vorm te geven. Er zal wel voldoende ruimte voor het kind moeten zijn om materialen en technieken te onderzoeken. Hierin voorziet de didactiek van Beeldend Onderwijs. Zie bij het basisplan het kopje: onderzoek.
Zoals op veel basisscholen beeldende vorminglessen nooit verder komen dan knutselactiviteiten waar alle kinderen hetzelfde product maken (de bekende ‘werkjes’) zo bestaat bij Kaleidoscoop het gevaar dat de kinderen alles zelf mogen bepalen en kiezen. Vervolgens moeten ze daarmee zelf ontdekken hoe en wat er kan.
Onderzoek kan echter nooit een doel op zich zijn. Beeldende vormingslessen zijn erop gericht de mogelijkheden van materialen en vormgeven te tonen om daarna de kinderen te stimuleren tot onderzoek. Dit kan alleen als er een uitdagende setting (betekenis) met daarbij informatie en instructie is gegeven.
Eigen werkstuk als voorbeeld?
Helaas, dat kan niet. Kinderen krijgen op deze manier veel te vlug te zien wat de uitkomst van de opdracht kan zijn. Veel kinderen zien dat als hét voorbeeld en gaan het namaken. De juf heeft het tenslotte gemaakt, dus dat is goed. De kinderen spelen op safe. Veel beter is het wanneer je gebruik maakt van effect- en verleidingsvellen of halffabrikaten die wel de mogelijkheden van de technieken laten zien, maar niet direct een kant en klare uitkomst tonen. De kinderen krijgen zo de kans te variëren. Ze hebben en kunnen diverse keuzes maken en kunnen deze ook onderzoeken op vorm en techniek. Ze worden uitgedaagd zelf creatieve oplossingen te vinden.
> Ter bestudering boek “Laat maar zien”.
Digitaal portfolio
Wat is een digitaal portfolio?
Een digitaal portfolio, ook wel elektronisch portfolio of e-portfolio genoemd, is een verzameling van doelgericht bij elkaar gebrachte elektronische gegevens en documenten (bestanden), die worden beheerd door het lerende kind.
Welke bestanden kan een kind aan een digitaal portfolio toevoegen?
Alle digitale bestanden: tekst- en beeldbestanden maar ook audio- en videofragmenten. Een kind maakt in zijn portfolio een mappenstructuur aan waarin werk van bijvoorbeeld lezen, wereldoriëntatie, muziek en beeldende vorming kan worden opgenomen.
Wat zijn de voordelen van het koppelen van beeldend werk aan een digitaal portfolio?
1. Bewaren van beelden
Een digitaal bestand bewaar je eenvoudiger dan een groot schilderwerk.
Een groepswerk kan zo door alle kinderen van de groep of klas bewaard worden.
2. Beeldende ontwikkeling
Mogelijkheid om de ontwikkeling op beeldend gebied door de jaren heen te zien.
3. Reflectie
Mogelijkheid om leerlingen op hun eigen werk te laten reflecteren. In de hogere groepen kan een nabeschouwing ook via een digitaal portfolio.
4. Vitrine
Mogelijkheid om het werk aan anderen te tonen: leerlingen van de school, maar ook familie en vrienden van de leerlingen.
Hoe zorg je voor een goede reflectie op beeldend werk in het digitaal portfolio?
Net zoals bij het beeldende werk, dient ook de reflectie op beeldend werk aan een aantal eisen te voldoen. Zomaar ins Blauwe hinein schrijven, levert niet zoveel op. Het is beter om als leerkracht een kader aan te geven. Laat maar Zien heeft een formulier voor het Beeldend Ontwikkel Portfolio (B.O.P.) ontwikkeld. De B.O.P. geeft richtlijnen voor een goede reflectie op beeldend werk.
Download B.O.P. Beeldend_Ontwikkel_Portfolio.doc
Download Voorbeeld B.O.P. B.O_.P_._voorbeeld_.doc
Waar let je op als je een digitaal portfolio wil aanschaffen, waar ook beeldend werk in wordt opgenomen?
-Dat alle media opgenomen kunnen worden (tekst, beeld, audio en video).
-Dat het portfolio voor meerdere mensen/groepen toegankelijk is (bijv. klas, school, maar ook familie en vrienden van de leerlingen).
Hoe ziet een digitaal portfolio met beeldend werk er uit?
Op de site van CPS vind je een door Laat maar Zien ingericht proefportfolio. Klik op proef ‘11 en vervolgens op leerling Mech Benjaminsen. Mooi om te zien dat een aantal beeldende opdrachten gelinkt zijn aan andere vakken. Het leerlingportfolio van CPS is een leerlinggestuurde online applicatie. CPS host de omgeving waarop leerlingen hun werk kunnen plaatsen en het ook voor buitenstaanders zichtbaar kunnen maken.
Waar vind je meer informatie over en voorbeelden van digitale portfolio’s?
Ga naar: http://www.kenniswiki.nl/Digitaal_portfolio
Schermafbeelding digitaal portfolio CPS:


