Fixed-image

Mooie start van een beeldende les

Voor de introductie van een beeldende les kun je allerlei werkvormen en middelen kiezen: het voorlezen van een verhaal of (prenten)boek, afbeeldingen of voorwerpen bekijken, spel of drama, een av presentatie of kijken in de omgeving van de school.
Maar je kunt kinderen ook op een stille manier met het onderwerp laten kennismaken. Hang of plaatst, zonder aankondiging, een afbeelding of voorwerp in de klas op. De kinderen gaan vanzelf kijken. Ze kunnen bij de afbeelding of het voorwerp allerlei ideeën of associaties krijgen. Echte kijkers zien steeds nieuwe dingen. En dan, na bijvoorbeeld een week, komt eindelijk het moment dat je er samen met de kinderen mee gaat werken.

image  image

Juf Jacqueline heeft die methode onlangs toegepast met breien. Achter in de klas had ze stiekem een knot wol met twee breinaalden opgehangen. Sommige kinderen kregen meteen zin om aan de slag te gaan. En naarmate de knot wol er langer hing, begonnen ook de kinderen die er aanvankelijk niet zo veel zin in hadden, nieuwsgierig te worden. Uiteindelijk waren de kinderen niet meer te stuiten en werd er zelfs in de pauzes op het schoolplein driftig gebreid.



Wat zijn techniekstappen?

Techniekstappen
Het maken van een beeldend werkstuk bestaat uit opeenvolgende technische handelingen. Bij Laat maar Zien worden die handelingen in duidelijke stappen uitgelegd: in woord en beeld.
Projecteer de techniekstappen groot om daarmee je instructie te ondersteunen.
Uitgeprint bij de werkende kinderen leggen biedt structuur.


Techniekstappen feniks: vogel van de zon.

Techniekvariaties
Een materiaal kan op verschillende manieren worden toegepast. Afbeeldingen van verschillende toepassingen van een materiaal noemen we techniekvariaties. Laat maar Zien heeft twee soorten techniekvariaties.

1. Effectvellen; techniekvariaties voor het platte vlak.
Oliepastel kun je bijvoorbeeld rechtop houden om de punt te gebruiken, maar ook plat op papier leggen om vlakken te kleuren. Je kunt hard of zacht drukken, kleuren mengen, arceren of delen weghalen met iets scherps.


Techniekvariatie oliepastel.

2. Halffabricaten; techniekvariaties voor ruimtelijke werk.
Ook bij ruimtelijk werk heb je techniekvariaties. Neem bijvoorbeeld het bewerken van papierstroken tot veren. Dit kan op talloze manieren. Knip je smalle of brede stroken papier? Zijn de stroken recht of lopen ze in een punt? Knip je ze recht, scheef, spiraalsgewijs in of rol je ze op? De voorbeelden van verschillende mogelijkheden voor ruimtelijk werk noemen we halffabricaten.


Techniekvariatie veren.

De techniekvariaties van Laat maar Zien sporen kinderen aan tot het doen van onderzoek. Al experimenterend stellen ze zich de volgende vragen: Wat kun je allemaal met het materiaal? Welke uitwerking past het beste bij wat ik met het beeld wil vertellen?



Creativiteit is iets wat je kunt ontwikkelen.

‘Neem kinderen bij de hand, dan kunnen ze creatief zijn.’ Dit motto ligt aan de basis van de lesmethode Laat maar Zien van docent, auteur en medeoprichter van de online methode Laat maar Zien, Jos van Onna. Onder de titel: Creativiteit stimuleer je met structuur is een interview met hem te lezen op de site Cultuurcoordinator.nl
Zie onder de gehele tekst

Interview met docent beeldend/auteur:
Neem kinderen bij de hand, dan kunnen ze creatief zijn.’ Dit motto ligt aan de basis van de lesmethode Laat maar zien van docent/auteur Jos van Onna.

Creativiteit is niet iets wat je hebt of niet hebt, maar iets wat je kunt ontwikkelen. Dat is de vaste overtuiging van Jos van Onna. Hij heeft duidelijke ideeën over hoe je die creativiteit of scheppingskracht kunt stimuleren: ‘Leerkrachten denken vaak dat creativiteit gedijt als je kinderen de ruimte geeft. Maar het tegendeel is waar.’ Hij geeft als voorbeeld de doorsnee tekenles, waarbij leerlingen het onderwerp voor een tekening krijgen voorgeschoteld. ‘De leerkracht zegt er misschien nog bij “gebruik je fantasie” en zet dan de klas aan het werk. Twee leerlingen kunnen het en krijgen complimentjes, de anderen prutsen maar wat, raken gefrustreerd en denken dat ze niet kunnen tekenen. Mijn stelling is: door kinderen dingen aan te leren, stimuleer je hen om creatief te zijn.’

Huizen

Van Onna´s online lesmethode Laat maar zien biedt leerkrachten handvatten om het creatieve proces van leerlingen te voeden en te begeleiden met informatie. ´Bij de opdracht “teken een huis” stel je bijvoorbeeld vragen over wat voor soort huizen ze mooi vinden. Je laat hen bovendien voorbeelden van kunstwerken zien en je vertelt over verschillende materialen en technieken. Zo help je leerlingen bij hun creatieve proces.’

Duw je kinderen daarmee niet te veel in een bepaalde richting? Van Onna schudt beslist zijn hoofd: ‘Nee, je reikt hen juist mogelijkheden aan.’ Laat een leerling die dat wil, gerust eerst een plaatje of voorbeeld natekenen. ‘Dat is juist een mooi aanknopingspunt om op voort te bouwen. Zo leid je leerlingen van het onbereikbare naar het bereikbare.’

Durf

Werken met deze methode biedt de leerkracht vooral zelfvertrouwen, stelt Van Onna. ‘Veel leerkrachten denken zelf ook dat ze niet kunnen tekenen, dat merk ik dagelijks bij mijn pabostudenten. Met Laat maar zien ontdekken ze dat ze wel degelijk iets kunnen. Het is een kwestie van beter leren kijken en van begrijpen hoe je bepaalde materialen gebruikt.’

De methode biedt leerkrachten vakinhoudelijke bagage, zoals talloze lessen met kijk- en techniekvoorbeelden die ze in de klas op het digibord kunnen laten zien. Gevoegd bij de pedagogische professionaliteit van de leerkracht - zoals weten welk kind welk duwtje nodig heeft - zorgt voor goede beeldende lessen.

Durf als leerkracht kinderen ook te wijzen op wat beter kan, adviseert Van Onna. ‘Als je altijd maar zegt dat een werkstuk mooi is, voelt een kind zich niet serieus genomen. Bovendien degradeer je jezelf daarmee tot iemand die louter aanwezig is.’ Nog een tip: leer kinderen dat veel uitproberen en schetsen erbij horen. ‘Dat doen echte kunstenaars ook. Dus leer kinderen om niet meteen hun gum te pakken en alles uit te wissen, maar laat ze hun schetsen juist bewaren.’



Digitaal portfolio

Wat is een digitaal portfolio?
Een digitaal portfolio, ook wel elektronisch portfolio of e-portfolio genoemd, is een verzameling van doelgericht bij elkaar gebrachte elektronische gegevens en documenten (bestanden), die worden beheerd door het lerende kind.

Welke bestanden kan een kind aan een digitaal portfolio toevoegen?
Alle digitale bestanden: tekst- en beeldbestanden maar ook audio- en videofragmenten. Een kind maakt in zijn portfolio een mappenstructuur aan waarin werk van bijvoorbeeld lezen, wereldoriëntatie, muziek en beeldende vorming kan worden opgenomen.

Wat zijn de voordelen van het koppelen van beeldend werk aan een digitaal portfolio?
1. Bewaren van beelden
Een digitaal bestand bewaar je eenvoudiger dan een groot schilderwerk.
Een groepswerk kan zo door alle kinderen van de groep of klas bewaard worden.

2. Beeldende ontwikkeling
Mogelijkheid om de ontwikkeling op beeldend gebied door de jaren heen te zien.

3. Reflectie
Mogelijkheid om leerlingen op hun eigen werk te laten reflecteren. In de hogere groepen kan een nabeschouwing ook via een digitaal portfolio.

4. Vitrine
Mogelijkheid om het werk aan anderen te tonen: leerlingen van de school, maar ook familie en vrienden van de leerlingen.

Hoe zorg je voor een goede reflectie op beeldend werk in het digitaal portfolio?
Net zoals bij het beeldende werk, dient ook de reflectie op beeldend werk aan een aantal eisen te voldoen. Zomaar ins Blauwe hinein schrijven, levert niet zoveel op. Het is beter om als leerkracht een kader aan te geven. Laat maar Zien heeft een formulier voor het Beeldend Ontwikkel Portfolio (B.O.P.) ontwikkeld. De B.O.P. geeft richtlijnen voor een goede reflectie op beeldend werk.

Download B.O.P. Beeldend_Ontwikkel_Portfolio.doc
Download Voorbeeld B.O.P. B.O_.P_._voorbeeld_.doc

Waar let je op als je een digitaal portfolio wil aanschaffen, waar ook beeldend werk in wordt opgenomen?
-Dat alle media opgenomen kunnen worden (tekst, beeld, audio en video).
-Dat het portfolio voor meerdere mensen/groepen toegankelijk is (bijv. klas, school, maar ook familie en vrienden van de leerlingen).

Hoe ziet een digitaal portfolio met beeldend werk er uit?
Op de site van CPS vind je een door Laat maar Zien ingericht proefportfolio. Klik op proef ‘11 en vervolgens op leerling Mech Benjaminsen. Mooi om te zien dat een aantal beeldende opdrachten gelinkt zijn aan andere vakken. Het leerlingportfolio van CPS is een leerlinggestuurde online applicatie. CPS host de omgeving waarop leerlingen hun werk kunnen plaatsen en het ook voor buitenstaanders zichtbaar kunnen maken.

Waar vind je meer informatie over en voorbeelden van digitale portfolio’s?
Ga naar: http://www.kenniswiki.nl/Digitaal_portfolio

Schermafbeelding digitaal portfolio CPS:



Materialen en gereedschappen

Materialen aanschaffen en beheren is voor menig basisschool een steeds terugkerend probleem. Hoe vervelend is het als je een les wil geven, maar het materiaal is net op. Of je hebt thuis een les voorbereid die mooi aansluit bij het thema van de week, maar je collega heeft de gereedschappen niet teruggelegd. Een werkbare situatie bestaat uit duidelijke afspraken over materiaalgebruik, aanschaf en ordening. Het blijkt ook handig te zijn wanneer slechts 1 persoon per school of 1 persoon per bouw verantwoordelijk wordt gemaakt. Natuurlijk kan die taak rouleren. Om de school te helpen bij het opzetten van een goed materiaalsysteem heeft Laat maar Zien de volgende hulpmiddelen ontwikkeld:
Keuzelijst
Materialenlijst beeldend onderwijs basis
Gereedschappenlijst beeldend onderwijs basis
Voorbeeld afspraken materialen en gereedschappen

Materialen en gereedschappen bestellen bij:

image

Gereedschappen
Materialen
image

Gereedschappen
Materialen


Beeldend Onderwijs

Knutselen, vrij tekenen en gerichte opdrachten; het zijn beeldende activiteiten die je dagelijks op de basisschool tegenkomt. Op de ene school zie je knutselwerkjes voor het raam hangen. De andere school heeft resultaten van vrij tekenen. Soms zie je ook werkstukken die vanuit een thema zijn gemaakt maar waarin duidelijk met materialen en beeldaspecten naar variatie is gezocht.
image
Bovenstaande voorbeelden komen voort uit de verschillen in didactiek. Om een beeld te kunnen vormen van de drie meest voorkomende didactische uitwerkingen volgt een kort beschrijving en vergelijking. Om tot een goede keuze te komen voor een didactiek die geschikt is voor de basisschool, is het nuttig om jezelf de volgende vraag te stellen: Wat wil ik met beeldend onderwijs bij kinderen bereiken? Lees verder >>>

Het vormgevingsmodel


image
Beeldendonderwijs is vooral goed te begrijpen als je het proces van vormgeven doorziet. Als je verschillende vormgevingsprocessen analyseert, ontdekt je steeds terugkomende principes. Deze principes, de product- en de procescomponenten, worden in het vormgevingsmodel beschreven. Lees verder >>>

Kwaliteitscriteria voor beeldend onderwijs

Beeldende activiteiten maken deel uit van goed basisonderwijs. Iedereen weet dat eigenlijk wel. Maar hebben we het over hetzelfde? Hoe krijg je als mentor houvast in een stagesituatie, welke kaders hanteer je als je het met collega’s hebt over jouw aanpak, bijvoorbeeld om afspraken te maken in het team voor beter beeldend onderwijs en cultuureducatie?

Vakcompetenties Beeldend Onderwijs voor Leraar Primair Onderwijs

Beschrijving van de vakcompetenties Beeldendonderwijs voor Leraar Primair Onderwijs kan je lezen en downloaden in onderstaand PDF bestand.
Vakcompetenties Beeldendonderwijs voor Leraar Primair Onderwijs: Nieuwe_vakcompetenties.pdf



Cultuureducatie

image

Het begrip ‘cultuur’ is erg breed, maar kan met het oog op het gebruik, als volgt worden gedefinieerd:

Dynamisch Samenspel
Cultuur is geen star gegeven maar iets dat voortdurend aan veranderingen onderhevig is. Die veranderingen kunnen groot of klein zijn, spontaan beginnen (jeugdbeweging) of van bovenaf worden opgelegd. Het effect is pas na verloop van tijd op waarde te schatten.

Gebruiken
In het handelen van mensen, hun doen en laten, zijn wetten en patronen te herkennen. Op basis daarvan zijn groepen van elkaar te onderscheiden.

Opvattingen
Het doen en laten van mensen verraadt de manier van denken over mens, god en wereld, hun toekenning van waarden (ethiek) en de normen die daarbij gehanteerd worden.

Groep mensen of volk
Cultuur wordt alleen gebruikt waar het een groep mensen aangaat, leden van een gemeenschap die genoemde zaken met elkaar delen. Daarbij kun je denken aan mensen met een gemeenschappelijke etnische achtergrond, maar ook aan andere groepen zoals ‘de jeugd’ of politieke en sociale groeperingen.

Diversiteit aan producten
Mensen met hun gebruiken en opvattingen laten sporen na, waarin deze zijn terug te vinden. De variëteit in die producten is heel groot. Ze kunnen variëren van de wijze van lopen en spreken tot de wijze van bouwen en organiseren van de publieke ruimte. Ook de volgende zaken vallen daaronder: wijze van bejegenen, begroeten, verpozen en eten, spreken en schrijven, opvoeden en onderwijzen, wetgeving en rechtspraak, literatuur en poëzie, muziek, beeldende vormgeving, foto en film, theater en toneel, dans, sport, spel en beweging, bouwen en rouwen. Als men er een specifieke waarde aan toekent, spreekt men in het kader van deze cultuurproducten ook wel van ‘kunst’.

image
Download Wat_is_cultuur.doc



Formulieren

Hier vindt je formulieren die je kunnen helpen bij het plannen, uitvoeren en evalueren van beeldende lessen en het beoordelen van het beeldend werk van de kinderen. Er zijn ook formulieren die je kunnen helpen bij de aanschaf en het beheer van materiaal en gereedschap.

Plannen: planner activiteitenoverzicht
Lesbeschrijven: lesbeschrijvingsformulier_eigen_lesontwerp
Les evaluatie: observatie/beoordelingsformulier voor beeldende activiteiten
Beoordelen van beeldende producten: beoordelingsformulier beeldend werk
Opzetten van een goed materiaalsysteem: keuzelijst en materialenlijst
Voorbeeld van materiaalbeheer van een basisschool: voorbeeld afspraken materialen en gereedschappen
B.O.P. (Beeldend Ontwikkel Portfolio): Beeldend_Ontwikkel_Portfolio
B.O.P. voorbeeld: Voorbeeld_B.O_.P



Kerndoelen, tussendoelen en leerlijnen (TULE)

image

Tussendoelen en leerlijnen zijn uitwerkingen van de kerndoelen. De tussendoelen en leerlijnen zijn handreikingen aan leraren, maar ook aan studenten, leermiddelenontwikkelaars, opleiders en begeleiders, inspecteurs en andere bij het basisonderwijs betrokkenen. De handreikingen hebben betrekking op het omgaan met de kerndoelen. In de kerndoelen is aangegeven wat in elk geval aan alle leerlingen moet worden aangeboden in de periode dat zij het basisonderwijs bezoeken. De kerndoelen zijn globale aanwijzingen. De kerndoelen zijn voorgeschreven door het ministerie van OCW. Ze geven geen zicht op de verkaveling van het onderwijsaanbod over de acht leerjaren. Door middel van een beschrijving van tussendoelen en leerlijnen wordt wel zicht geboden op hoe een dergelijke verkaveling zou kunnen plaatsvinden. Met de nadruk op ‘zou kunnen’. Er zijn uiteraard ook andere mogelijkheden om het onderwijsaanbod te organiseren dan de uitwerkingen van TULE.
Kerndoelen totaal: Kerndoelen_TOTAAL.pdf
Kerndoelen kunstzinnige orientatie: Kerndoelen_kunstzinnige_orientatie.pdf


Websites met informatie over kerndoelen, tussendoelen en leerlijnen:
Kerndoelen bij het Ministerie van OC&W: Kerndoelen ministerie OCW
Kerndoelen op Kennisnet: Kerndoelen via Kennisnet
Kerndoelen via het SLO: Kerndoelen via het SLO
Tussendoelen en leerlijnen (TULE) kunstzinnige oriëntatie Tussendoelen kunstzinnige oriëntatie
Tussendoelen voor alle vakken (TULE): Tussendoelen en leerlijnen basisonderwijs
Infomatie over tussendoelen in het basisonderwijs: Tussendoelen van het SLO